


| STRUCTUUR EN RITME Strakke lijnen en een grote precisie kenmerken de creaties van Piet Blanckaert. Deze immer opgeruimde landschaparchitect heeft een passie voor kaarsrecht afgelijnde tuinkamers, vernuftige patronen van natuur- en baksteen, niveauverschillen en kunstig gesnoeide hagen. Zo creëert bij tuinen die in elk seizoen schitteren in schoonheid. EEN ROEPING KRIJGT VORM Piet Blanckaert is 14 als hij aan zijn leraar in de technische school van Melle vertelt dat zijn besluit vaststaat: hij wil tuinen ontwerpen. Kun je tekenen? vraagt de man. Dat kan hij. Na afloop van zijn studie wil hij graag stage lopen in Groot-Brittannië , maar het maximum aantal buitenlanders is jammer genoeg al bereikt. Dus trekt hij naar Denemarken , naar Rosseel. Daar luidt het dat concept en structuur belangrijker zijn dan de planten, maar Piet houdt het erbij dat beide belangrijk zijn. Hij kan zich niet voorstellen dat hij vandaag een tuin zou ontwerpen zonder daarbij meteen aan de planten te denken. Na zijn terugkomst raadt een bekend landschapsarchitect hem aan direct aan de slag te gaan, en dat doet hij ook. In zijn eerste tuin, die hij ontwerpt voor zijn moeder Wiena ,(PROJECT 4) herkennen we al duidelijk de Blanckaert-stijl. Een sterke structuur, een vrijmoedig gebruik van Buxus en Taxus die naar believen in vorm wordt gesnoeid in plateaus van verschillende hoogtes, in hagen en vormen allerhande. We zien een reeds zeer gecompartimenteerde tuin, waar de seizoenen voorbijtrekken zonder dat de ziel van de tuin wordt gewijzigd. Een tuin met opmerkelijke architecturale lijnen, met een mooi contrast tussen de verticale stammen van een oud bos, dat zorgvuldig werd bewaard rondom het terrein, en de horizontale lijnen van de blokken groen nabij het huis. Een fraai kleurcontrast ook tussen de verschillende tinten van de groenblijvers en de warme kleuren van de herfst zonder de gloed van de rododendrons en azalea's in de lente en de kleurenpracht van de vaste planten en rozen in de zomer te vergeten. Kortom, een al erg rijpe tuin voor een jonge beginneling. Zelf vindt Piet dat zijn echte debuut pas later komt, als zijn eerste 'echte' klant zich meldt. Toch is deze opdracht voor een tuin in Knokke-Heist lang niet makkelijk. (PROJECT 7) Een terrein van 700 m², driehoekig van vorm ,waarvan het huis al 2/3 in beslag neemt. Niettemin creëerde Piet Blanckaert er een fraai groentheater, met allerlei vormen in Taxus en Buxus. De eigenaar, tevens gefascineerd door de vormsnoeikunst en gewapend met de snoeischaar, vervolmaakte het geheel jaar na jaar op de meest surrealistische wijze. LIJNEN ONTDEKKEN "Ik begin altijd met te kijken. De lijnen zijn al aanwezig. Je moet ze alleen maar zien." Dat is het antwoord als we vragen wat hem nu precies in gang zet als hij een nieuwe tuin gaat ontwerpen. "De lijnen dat zijn de assen," zo verduidelijkt Piet ."Niet alleen de visuele assen vanuit de ramen van het huis, maar ook de assen waarlangs de bewoners zich rond de woning zullen verplaatsen. Het heeft geen zin een circulatie uit te werken die alleen maar verbinding geeft met de een of andere fantasie van een tuinarchitect. Deze bewegingsassen onthullen zich, als je enige ervaring hebt, en ze zijn vaak belangrijker dan de visuele assen. Vervolgens komt de integratie van de tuin in het landschap. Want van dat landschap blijft al te vaak niets meer over. De enige horizon wordt dan gevormd door de hagen van de buurman en de daken in de omtrek." Piet Blanckaert maakt zo veel mogelijk gebruik van dezelfde hagen als die in de omgeving, om zo tot een eenheid te komen. Heeft hij het geluk dat hij een tuin mag ontwerpen in een onaangetast of zo goed als onaangeroerd landschap, dan laat hij niet na te werken met weidse perspectieven, waarbij hij desnoods zelfs de tuinkamers naar de randen verplaatst. Waarom werkt hij met compartimenten? Waarom die gesloten kamers? Omdat volgens Piet Blanckaert een tuin min of meer functioneert als een huis, met een entree, een keuken (de moestuin met eventueel de serre), de woonkamer (het terras), de speelkamer (bv. het zwembad) en andere kamers (bv. de rozengaard, de bloementuin of de grote mixed border). ENGELSE TUINEN Het is geen toeval dat Piet Blanckaert elk jaar weer, al 20 jaar lang, Engelse tuinen gaat bezoeken. Vanwaar die aantrekkingskracht? En wat is volgens hem een 'Engelse tuin'? Het antwoord laat niet op zich wachten: "Een Engelse tuin is een tuin in Engeland! ", zegt hij glimlachend, waarbij hij zich bedient van het ironische antwoord van een bevriende Engelse tuinarchitect met wie hij samen in de jury zat van een groot Frans plantenfeest. Piet meent dat er geen Engelse stijl bestaat, maar veeleer een gelukkig huwelijk tussen de klassieke Franse stijl (lijnen, assen ) en de klassieke Hollandse stijl (snoeien, tuinornamenten, bogen, beelden, enz.). Door er struiken en vaste planten aan toe te voegen hebben de Engelsen deze strakke patronen leven ingeblazen. Voorbeeldig zijn dan ook hun mixed borders. In een tuin die hij onlangs ontwierp in Roeselare bewijst Piet Blanckaert dat hij deze 'know-how' goed onder de knie heeft. Een lange, dubbele border met vaste planten vertoont een harmonie van gele, blauwe en grijze tinten. Dat grijs is belangrijk, want het zorgt voor de verbinding van de kleuren, vooral omdat het veelal harde tonen zijn, zoals donkerblauw. Daarbij mogen we echter niet uitsluitend denken aan planten zoals Santolina en Artemisia, want er zijn ook bepaalde soorten Astrantia met zeer discrete bloemen, die zeer goed de rol van buffer tussen diverse kleuren kunnen spelen. Belangrijk is ook dat bepaalde plantengroepen in een mixed border worden herhaald, om zo een zeker ritme te creëren. HET BELANG VAN RITME In de Engelse dorpjes zie je vaak hagen die zijn gesnoeid in een langgerekt kroezelig patroon. Dit ritme heeft Piet Blanckaert overgenomen in sommige van zijn tuinen, zoals in de Franse kustplaats Le Touquet. Als lange linten omzomen de taxushagen de toegangsweg. Het was een tuin die in enkele maanden klaar moest zijn. Een uitdaging die de tuinarchitect met beide handen aangreep. Met hoge planten, vooral Buxus en Taxus, werd het terrein in enkele uren getransformeerd. De grote Buxusbomen groeiden enorm uit en doen het vandaag nog steeds uitstekend. In andere tuinen, bijvoorbeeld in Roeselare, zijn het de potten die accenten aanbrengen langs een lang, rechthoekig bassin. Zo ontstaat een soort cadans, die in dezelfde tuin wordt hernomen door het ritme van de vier niveaus van de aanplantingen: op het eerste horizontale niveau de omgeving van het huis; op het tweede lager gelegen niveau het lange bassin; daaronder de mixed border met de cricket lawn, waarop de blik rust; en tenslotte het laagste niveau met de ontzaglijke vijver. De populieren, die onlosmakelijk verbonden zijn met het landschap van deze streek, zorgen voor een verticaal lijnenspel dat contrasteert met de 4 horizontale niveaus van de tuin. ECLECTICISME EN SIGNATUUR Een echt 'recept voor het ontwerp van deze tuinen is er niet. Al is de Blanckaert-signatuur onmiskenbaar, alle creaties zijn eclectisch. Als bewijs: de verrassende 'Japanse' tuin die hij in het begin van zijn carrière ontwierp in Brussel. (PROJECT 5) Paden van witte kiezel slingeren zich tussen zeer gestructureerd aangebrachte planten: Buxus en Taxus natuurlijk, maar ook azaleas die van nature al een erg architecturaal postuur hebben. Vermelden we nog die grote tuin in leper, met zijn enorme tunnels van haagbeuk, glanzend in de herfstzon, terwijl Prunus en Cornus rood opgloeien en de zilverachtige bladeren van het cipressenkruid in de rozentuin een rustgevende toets brengen. Eclecticisme dus, maar toch ook een oprechte, uitgesproken stijl voor een tuin- architect wiens opgeruimd humeur meteen het bewijs levert dat hij gepassioneerd is door zijn vak. Uit: DE TUINEN VAN EDEN 10 HERFST/WINTER 1998 Tekst en fotos van : CHRISTINE TERNYNCK |
|